wage

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ge

Werkwoord

vervoeging van
wagen

wage

  1. aanvoegende wijs van wagen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
wage wages

Zelfstandig naamwoord

wage

  1. loon


vervoeging
onbepaalde wijs to wage
he/she/it wages
verleden tijd waged
voltooid
deelwoord
waged
onvoltooid
deelwoord
waging
gebiedende wijs wage

Werkwoord

wage

  1. voeren (van een oorlog)
    «They waged war against their neighbors.»
    Zij voerden oorlog tegen hun buren.


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /waːɣɐ/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

wage m

  1. wagen, kar
  2. auto
  3. wagon
Verbuiging
Synoniemen