waarschuwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waar·schu·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
waarschuwen
waarschuwde
gewaarschuwd
zwak -d volledig

Werkwoord

waarschuwen [2]

  1. overgankelijk iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn
    • Hij werd gewaarschuwd dat vandalisme niet getolereerd zou worden. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal