weleer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·eer
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: voorheen’ voor het eerst aangetroffen in 1285 [1]
  • samenstelling van  wel   en  eer   [2]

Bijwoord

weleer

  1. in lang vervlogen dagen
    • Dat is weleer ooit wel de gewoonte geweest. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen