gewezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen gewezen
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

gewezen

  1. vroegere.
    • De gewezen minister is gisteren overleden. 
Opmerkingen
  • Dit woord wordt niet als deel van de vervoeging van zijn/wezen gebruikt. Men gebruikt daar geweest.
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wijzen

gewezen

  1. voltooid deelwoord van wijzen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.