eerder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eer·der
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van eer (voegwoord) met het achtervoegsel -der [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen eer eerder
verbogen eerdere
partitief - eerders -

Bijvoeglijk naamwoord

eerder

  1. van vroegere datum
    • Zijn eerdere boek was toch beter. 
Vertalingen

Bijwoord

eerder

  1. vroeger in de tijd
    • Ik wil eerder weggaan dan gepland. 
  2. liever.
    • Ik heb eerder een motor dan een auto. 
  3. meer overeenkomend de waarheid
    • Hij is eerder slim dan dom. 
  4. (België) nogal, tamelijk
    • Het was eerder slecht weer. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen