voorafgaand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·af·gaand

Werkwoord

vervoeging van
voorafgaan

voorafgaand

  1. onvoltooid deelwoord van voorafgaan
stellend
onverbogen voorafgaand
verbogen voorafgaande

Bijvoeglijk naamwoord

voorafgaand

  1. ~ aan: in de tijd eerder komend
    De daaraan voorafgaande gebeurtenissen verklaren veel.