voorradig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·ra·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voorradig voorradiger voorradigst
verbogen voorradige voorradigere voorradigste
partitief voorradigs voorradigers -

Bijvoeglijk naamwoord

voorradig

  1. van iets dat het verkrijgbaar is omdat het al in de voorraad aanwezig is
    • Ik zal kijken of deze wasmachine voorradig is, want dan ik ze vandaag nog bij u thuis brengen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.