voorzorg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·zorg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorzorg voorzorgen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

voorzorg v / m

  1. het zorgen van tevoren om eventueel onheil of ongemak te voorkomen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen