vertaler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ta·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vertaler vertalers
verkleinwoord vertalertje vertalertjes

Zelfstandig naamwoord

vertaler m

  1. (beroep), (taal) iemand die geschreven tekst overzet van de ene taal naar een andere
     De andere genomineerden zijn Henry Corver voor het poëtische essay Pelgrim langs Tinker Creek van Annie Dillard, Hans Kloos voor de roman-in-dichtvorm Hier maak ik mijn stad van Robin Robertson en Irma Pieper, de vaste vertaler van Karel Capek, voor zijn roman Hordubal.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Emilia Menkveld “Vijf Nederlandse vertalers maken kans op Filterprijs 2020” (13 maart 2020), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be