verdrag
Uiterlijk
- ver·drag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verdrag | verdragen |
| verkleinwoord | verdragje | verdragjes |
het verdrag o
- (juridisch) een wettelijk wederzijds bindende overeenkomst tussen twee of meer staten
- ▸ In navolging van Rousseau zag de Nationale Vergadering de staat, de politieke gemeenschap, als het resultaat van een verdrag van vrije individuen die onderling hadden besloten een gemeenschap te vormen.[3]
- ▸ In plaats daarvan stelt Rousseau dat een verdrag van vrije individuen die onderling besluiten een gemeenschap te vormen de basis is voor staatsgezag.[3]
|
|
- Het woord verdrag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verdrag" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "verdrag" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ verdrag op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 Helen Stout“De Nederlandse rechtsstaat” (2015), Amsterdam University Press
, ISBN 9789048528622 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be