Naar inhoud springen

verdragen

Uit WikiWoordenboek
  • ver·dra·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdragen
verdroeg
verdragen
klasse 6 volledig

verdragen

  1. overgankelijk bestand zijn tegen (iets ergs)
    • Hij kon het harde geluid van het concert niet langer verdragen en ging naar huis. 
     Maar vooral omdat ze 'de gedachte niet kan verdragen dat [ze] nooit meer een slapende baby zou vasthouden, de agonie van hun oogleden, hun mondjes, hun huid'.[1]
     Hoe was het mogelijk dat ze het leven tot nu toe had kunnen verdragen zonder die kus? Hoe had ze geleefd? Hij had haar meegesleurd door het donker om een pistool af te vuren in een kerk en daarna had hij haar gekust.[2]
     Hoe verdragen die lichamen dat? Bibi eet niet veel.[3]
  2. overgankelijk (voedsel) kunnen verteren
    • Steeds meer mensen verdragen geen zuivel. 

deverdragenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verdrag
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be