verdragen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·dra·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdragen
verdroeg
verdragen
klasse 6 volledig

Werkwoord

verdragen

  1. (overgankelijk) bestand zijn tegen
    Hij kon het harde geluid van het concert niet langer verdragen en ging naar huis.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verdragen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verdrag