verdragen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·dra·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdragen
verdroeg
verdragen
klasse 6 volledig

Werkwoord

verdragen

  1. overgankelijk bestand zijn tegen (iets ergs)
    • Hij kon het harde geluid van het concert niet langer verdragen en ging naar huis. 
  2. overgankelijk (voedsel) kunnen verteren
    • Steeds meer mensen verdragen geen zuivel. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

verdragen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verdrag

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.