verbintenis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bin·te·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verbintenis verbintenissen
verkleinwoord verbintenisje verbintenisjes

Zelfstandig naamwoord

verbintenis v

  1. verbindende afspraak
    • Feijenoord pakte door met het verlengen van een aantal verbintenissen. 
  2. (juridisch) een rechtsverhouding, krachtens welke de ene partij (schuldenaar of debiteur) een prestatie verschuldigd is aan de andere partij (schuldeiser of crediteur)

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen