verdediging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·de·di·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verdediging verdedigingen
verkleinwoord verdediginkje verdediginkjes

Zelfstandig naamwoord

verdediging v

  1. actie ondernomen om een aanval af te slaan
    Hij werd daardoor in de verdediging gedreven.
  2. diegenen die een actie als onder [1] ondernemen of geacht worden te zullen ondernemen (bij (sport) de achterhoede)
    De verdediging van deze ploeg is niet bijster sterk nu deze goede speler geblesseerd is.
  3. betoog waarin iets of iemand wordt verdedigd, apologie, verweerschrift
  4. (juridisch) advocaat of de gezamenlijke advocaten
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Vertalingen