verdedigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·de·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdedigen
verdedigde
verdedigd
zwak -d volledig

Werkwoord

verdedigen

  1. overgankelijk beschermen tegen een aanval
    • Zij verdedigden de stad tot de laatste man. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl