verdedigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·de·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdedigen
verdedigde
verdedigd
zwak -d volledig

Werkwoord

verdedigen

  1. (overgankelijk) beschermen tegen een aanval
    Zij verdedigden de stad tot de laatste man.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl