vacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vacht
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Middelnederduits.
enkelvoud meervoud
naamwoord vacht vachten
verkleinwoord vachtje vachtjes

Zelfstandig naamwoord

vacht v / m

  1. (zoötomie) dichte lichaamsbeharing bij dieren
    Het kunnen inkleden van een onderwerp met behulp van personificaties en door het gebruik van beeldelementen (dieren, planten, voorwerpen, kleuren) met een diepere betekenis maakte deel uit van het vakmanschap van schilder en dichter. [1]
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Bron:
    Tijdschrift Literatuur
    Jaargang 5
    Amsterdam University Press, Amsterdam 1988
    DBNL - Digitale bibliothek voor de Nederlandse letteren