hoofdhaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hoofd·haar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hoofdhaar hoofdharen
verkleinwoord hoofdhaartje hoofdhaartjes

Zelfstandig naamwoord

hoofdhaar o

  1. haar op het hoofd

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie