uitzenden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zen·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzenden
zond uit
uitgezonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

uitzenden

  1. (overgankelijk) als bron van straling werken
    De zon zendt licht uit.
  2. (overgankelijk) informatie, bijvoorbeeld in de vorm van een televisieprogramma op afstand toegankelijk maken
    Het opzienbarende nieuws werd vele malen opnieuw uitgezonden.
  3. (overgankelijk) naar het buitenland sturen voor bepaalde werkzaamheden
    Zij werden uitgezonden naar Mali.
Uitdrukkingen en gezegden
  • Rechtstreeks uitzenden.
Vertalingen