uitzenden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zen·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzenden
zond uit
uitgezonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

uitzenden

  1. overgankelijk als bron van straling werken
    • De zon zendt licht uit. 
  2. overgankelijk informatie, bijvoorbeeld in de vorm van een televisieprogramma op afstand toegankelijk maken
    • Het opzienbarende nieuws werd vele malen opnieuw uitgezonden. 
     Van Veen, die al in de eerste aflevering in 1990 te zien was, hoorde vorig jaar dat ze uit de serie werd geschreven. In december werd de laatste aflevering uitgezonden waarin ze nog te zien was.[1]
  3. overgankelijk naar het buitenland sturen voor bepaalde werkzaamheden
    • Zij werden uitgezonden naar Mali. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Rechtstreeks uitzenden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 26 juni 2022 Weblink bron “'Weggestuurde' Babette van Veen keert alweer terug in GTST” (26 juni 2022), NU.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be