uitzenden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zen·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzenden
zond uit
uitgezonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

uitzenden

  1. overgankelijk als bron van straling werken
    • De zon zendt licht uit. 
  2. overgankelijk informatie, bijvoorbeeld in de vorm van een televisieprogramma op afstand toegankelijk maken
    • Het opzienbarende nieuws werd vele malen opnieuw uitgezonden. 
  3. overgankelijk naar het buitenland sturen voor bepaalde werkzaamheden
    • Zij werden uitgezonden naar Mali. 
Uitdrukkingen en gezegden
  • Rechtstreeks uitzenden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie