uitzending

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zen·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitzending uitzendingen
verkleinwoord uitzendinkje uitzendinkjes

Zelfstandig naamwoord

uitzending v

  1. (media) het uitzenden van een programma van radio of televisie
    De uitzending werd onderbroken om het schokkende nieuws te melden.
  2. het zenden van een persoon naar een verre post
    Zijn uitzending naar de oerwouden van Papoea-Nieuw-Guinea had veel voeten in de aarde.