uiting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ui·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uiting uitingen
verkleinwoord uitinkje uitinkjes

Zelfstandig naamwoord

uiting v

  1. dat wat men uit, al of niet door woorden
    Een uiting van woede was het gevolg.