Naar inhoud springen

beschamend

Uit WikiWoordenboek
  • be·scha·mend
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen beschamendbeschamenderbeschamendst
verbogen beschamendebeschamenderebeschamendste
partitief beschamendsbeschamenders-

beschamend

  1. waarvoor je jezelf hoort te schamen en boos op jezelf hoort te zijn
    • Het was een beschamende vertoning van het meisje, zo in die schamele kleding. 
    • „De Europese reactie op de machtspolitiek van de VS is ronduit beschamend, van volledige ondergeschiktheid. Van de Baltische staten, die zuchten onder directe Russische dreiging, is dat nog te verwachten. Maar van de Commissie, en de oprichters van Europa – denk Frankrijk – is de reactie er een van absolute onderwerping.”[1] 
vervoeging van: beschamen
verbogen vorm: beschamende

beschamend

  1. onvoltooid deelwoord van beschamen
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]