beschamend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scha·mend
stellend
onverbogen beschamend
verbogen beschamende

Bijvoeglijk naamwoord

beschamend

  1. waarvoor je jezelf hoort te schamen
    Het was een beschamende vertoning van het meisje, zo in die schamele kleding.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beschamen

beschamend

  1. onvoltooid deelwoord van beschamen