stommeling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stom·me·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van stom met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e-
enkelvoud meervoud
naamwoord stommeling stommelingen
verkleinwoord stommelingetje stommelingetjes

Zelfstandig naamwoord

stommeling m

  1. (pejoratief) iemand die domme dingen doet
    Laat je toch niet in met die stommelingen!