teller

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tel·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tellen met het achtervoegsel -er. Dit is een leenvertaling van de Latijnse benaming numerator.
enkelvoud meervoud
naamwoord teller tellers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

teller m

  1. (wiskunde) het getal boven de streep van een breuk
  2. (techniek) een apparaatje, bevestigd aan een machine, om het aantal omwentelingen of pulsen te tellen; meter [2]
Antoniemen
Vertalingen

Meer informatie