counter
Uiterlijk
- coun·ter
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘toonbank, buffet’ voor het eerst aangetroffen in 1940 [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | counter | counters |
| verkleinwoord | countertje | countertjes |
| vervoeging van |
|---|
| counteren |
counter
- Het woord counter staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "counter" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "counter" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ counter op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: counter (VK) (hulp, bestand)
- IPA: /ˈkaʊn.tə/
- [A] Via Middelengels countour from Old French conteor (French comptoir), van Latijn computātōrium ; van count ww met het achtervoegsel -er
- [B] Via Oudfrans contre van Anglo-Normandisch cuntre (< Latijn contra vz )
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| counter | counters |
[A] counter
- [5] hit counter
[B] counter
- tegendeel
- (sport) tegenstoot, verweerstoot (bijv. bij boksen)
- (scheepvaart) wulf [2]
- (zoötomie) boeg [2]
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to counter |
| he/she/it | counters |
| verleden tijd | countered |
| voltooid deelwoord |
countered |
| onvoltooid deelwoord |
countering |
| gebiedende wijs | counter |
counter
- onovergankelijk een tegenzet doen
- overgankelijk tegengaan, tegenwerken, verzet/weerstand bieden tegen, zich verzetten tegen; verhinderen
counter
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 94 %
- Prevalentie Vlaanderen 89 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 7
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Techniek in het Engels
- Internettaal in het Engels
- Sport in het Engels
- Scheepvaart in het Engels
- Zoötomie in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Bijwoord in het Engels