telescoop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·le·scoop
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans of Latijn, in de betekenis van ‘verrekijker’ voor het eerst aangetroffen in 1740 [1]
  • met het voorvoegsel tele- en met het achtervoegsel -scoop [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord telescoop telescopen
verkleinwoord telescoopje telescoopjes

Zelfstandig naamwoord

telescoop m

  1. (techniek), (optica), (astronomie) een optisch instrument, waarmee ver verwijderde objecten bekeken kunnen worden
    • In 1655 ontdekte Christiaan Huygens met een telescoop de grootste maan van Saturnus. 
Synoniemen
Meroniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen