diafragma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·frag·ma
enkelvoud meervoud
naamwoord diafragma diafragma's
verkleinwoord diafragmaatje diafragmaatjes

Zelfstandig naamwoord

diafragma o

  1. (optica) (fotografie) de opening in een lichtdichte laag in of bij een lens om de hoeveelheid door te laten licht te regelen
  2. (biologie) middenrif
  3. tussenwand van poreus materiaal, bv. gebruikt bij elektrolyse
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • dia·frag·ma
enkelvoud meervoud
diafragma diafragmas

Zelfstandig naamwoord

diafragma m

  1. (anatomie) middenrif
Synoniemen