diafragma

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·frag·ma
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘middenrif’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1660 [1]
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verstelbare lensopening’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1885 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord diafragma diafragma's
verkleinwoord diafragmaatje diafragmaatjes

Zelfstandig naamwoord

diafragma o

  1. (optica) (fotografie) de opening in een lichtdichte laag in of bij een lens om de hoeveelheid door te laten licht te regelen
  2. (biologie) middenrif
  3. tussenwand van poreus materiaal, bv. gebruikt bij elektrolyse
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • dia·frag·ma
enkelvoud meervoud
diafragma diafragmas

Zelfstandig naamwoord

diafragma m

  1. (anatomie) middenrif
Synoniemen