Naar inhoud springen

tan

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
naamwoord   tan     tanioù  

tan

  1. vuur
  • tan
stellend vergrotend overtreffend
tantannertannest

tan

  1. (kleur) geelbruin
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  tan     le tan     tans     les tans  

tan m

  1. (leerbewerking) eek, gemalen eikenschors als natuurlijke bron van looizuur om leer te looien
  2. (scheepvaart) taan, een bederfwerende stof van schors, vaak eikenschors, om bv. zeilen mee te behandelen

tan

  1. (familie) tante
  • tan

tan

  1. zo, zozeer
tan in Sitelen Pona
  • tan

tan

  1. oorsprong, herkomst, oorzaak