Naar inhoud springen

stromen

Uit WikiWoordenboek
  • stro·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stromen
stroomde
gestroomd
zwak -d volledig

stromen

  1. ergatief voortbewegen van vloeistoffen
    • Er is veel water van de heuvel gestroomd. 
     Doordat de wind recht mijn kant opblies en het geluid van de donder steeds dichterbij kwam bleven mijn tranen stromen.[1]
  2. voortbewegen van andere zaken dan vloeistoffen
     Nella is woedend, maar de woorden laten zich niet meer beteugelen en stromen naar buiten.[2]
     Sinds ik mijn chocoladekunst mooi gestileerd aan de wereld toon, stromen de bestellingen binnen.[3]

destromenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stroom
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  3. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be