stroomrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stroom·rug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stroomrug stroomruggen
verkleinwoord stroomruggetje stroomruggetjes

Zelfstandig naamwoord

stroomrug m

  1. (geologie) een verhoging in het landschap ontstaan als een oeverwal langs een verdwenen rivierloop
    • Op de verhoging van een stroomrug is soms lintbebouwing aan te treffen. 

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
39 % van de Vlamingen.

Meer informatie