overstromen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·stro·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overstromen
stroomde over
overgestroomd
zwak -d volledig

Werkwoord

óverstromen

  1. het tot over de rand gevuld raken van een vat.
    • Ik draaide net op tijd de kraan dicht anders was het bad overgestroomd. 
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overstromen
overstroomde
overstroomd
zwak -d volledig

Werkwoord

overstrómen

  1. het onder water komen staan van een laaggelegen gebied.
    • De rivier wies zodat de uiterwaarden overstroomden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be