flow

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flow
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord flow flows
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

flow m/v

  1. (muziek) (jazz) doorgaand ritme
    • Het duurde een paar nummers, maar toen de drummer eenmaal op gang kwam kreeg Baba Commandant de flow die essentieel is in afrobeat. [1]
  2. (muziek) (rap) woordritme, woordkeuze, intonatie en snelheid als samenhangend en doorlopend geheel
    • Snoop rapt met zijn vertrouwd achteloze flow. [2]
  3. (psychologie) mentale toestand waarin iemand helemaal opgaat in een bezigheid
    • Je lichaam maakt onder stress extra adrenaline aan, waardoor je in een flow raakt. Dat kan goed zijn voor je concentratie. [3]
  4. reeks successen die het gevoel van onoverwinnelijkheid geven
    • Roger Federer verloor op de Australian Open kansloos van Novak Djokovic. De flow die de Zwitser ooit had lijkt doorbroken. [4]

Werkwoord

vervoeging van
flowen

flow

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flowen
    • Ik flow. 
  2. gebiedende wijs van flowen
    • Flow! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van flowen
    • Flow je? 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to flow
he/she/it flows
verleden tijd flowed
voltooid
deelwoord
flowed
onvoltooid
deelwoord
flowing
gebiedende wijs flow

Werkwoord

flow

  1. vlieten, vloeien, stromen