stroomuitval

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stroom·uit·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stroomuitval stroomuitvallen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stroomuitval m

  1. (elektrotechniek) het (onbedoeld) niet beschikbaar zijn van elektriciteit
    • Aapje zorgt voor stroomuitval in heel Kenia [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen