stamp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stamp
enkelvoud meervoud
naamwoord stamp stampen
verkleinwoord stampje stampjes

Zelfstandig naamwoord

stamp m [1]

  1. ram, trap, schop
    (Amsterdammer:) Moet je een stamp voor je kop?
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
stampen

stamp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stampen
    Ik stamp.
  2. gebiedende wijs van stampen
    Stamp!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stampen
    Stamp je?
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
stamp stamps

Zelfstandig naamwoord

stamp

  1. stempel
  2. postzegel