staf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staf
enkelvoud meervoud
naamwoord staf staven
verkleinwoord staafje
stafje
staafjes
stafjes

Zelfstandig naamwoord

[A] staf m

  1. een stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon
    • Mozes sloeg de steen met zijn staf. 
  2. (bedrijfskunde) leidinggevend personeel
Opmerkingen
  • Betekenis 2 is door middel van beeldspraak van betekenis 1 afgeleid.
  • Alleen in betekenis 1 heeft het woord een meervoud en verkleinde vormen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.