stab

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • stab
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelengelse woord "stabbe".
enkelvoud meervoud
stab stabs

Zelfstandig naamwoord

stab

  1. steek, messteek
  2. steekwond
  3. (figuurlijk) een agressieve opmerking
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3]: stab in the back
oplichting, verraad
vervoeging
onbepaalde wijs to stab
he/she/it stabs
verleden tijd stabbed
voltooid
deelwoord
stabbed
onvoltooid
deelwoord
stabbing
gebiedende wijs stab

Werkwoord

stab

  1. (overgankelijk) steken, een messteek toebrengen
  2. (onovergankelijk) steken, een vlaag van pijn oproepen
  3. (overgankelijk) pikken, priemen, prikken
  4. (overgankelijk) stompen
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen