bedelstaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·del·staf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedelstaf -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bedelstaf m [2]

  1. (geschiedenis) de staf (stok) waarmede een bedelaar liep, als kenmerkend voorwerp van zijn conditie en symbool van diepe armoede
Uitdrukkingen en gezegden
  • Tot de bedelstaf (of bedelzak) (ge)raken
tot diepe armoede vervallen
  • Aan den bedelstaf brengen
in diepe armoede storten

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen