stafhouder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Alfred Coppieters 't Wallant (1835 - 1906), stafhouder, voorzitter van de Breydelcommissie
Uitspraak
Woordafbreking
  • staf·hou·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stafhouder stafhouders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stafhouder m [1]

  1. (beroep) hoofd van de orde van advocaten in België
    • Wie hem kent, weet ook dat Bekaert niet als een scherpslijper bekendstaat. Volgens de bekende Antwerpse mensenrechtenadvocaat Jos Vander Velpen is Bekaert een ‘aanklampende advocaat’, maar ook hartelijk, tolerant en geniet hij het respect van de rechters. Hij was ook twee jaar stafhouder bij de balie van Brugge, wat je niet wordt als men je als een oproerkraaier beschouwt. Volgens zijn zoon, Simon Bekaert, die advocaat is op het kantoor van zijn vader, verdedigt Bekaert opstandelingen, ‘maar maakt hem dat nog geen opstandeling’.[2] 
    • De vrederechter was rechter Isabelle Brandon, de deken van de Brusselse vrederechters. Dat zegt de stafhouder van de Franstalige Brusselse balie van advocaten, Yves Oschinsky. Die had niets dan lof voor de overleden magistraat. Zowel de rechter als haar griffier, Andr Bellemans, waren op enkele jaren van hun pensioenleeftijd, zo melden verschillende bronnen.[3] 
Synoniemen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. de Standaard 4 NOVEMBER 2017
  3. Volkskrant 3 juni 2010,