spek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spek
enkelvoud meervoud
naamwoord spek -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spek o

  1. (biologie), (voeding) een laag vet tussen huid en vlees bij grote zoogdieren [1]
    Hij at 's morgens graag eieren met gebakken spek.
  2. sponzige zoetwaar [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de kat op het spek binden
de zaken zo regelen dat een probleem moeilijk uit kan blijven
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
spekken

spek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spekken
    Ik spek.
  2. gebiedende wijs van spekken
    Spek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spekken
    Spek je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl