snee

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snee
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snee sneden
verkleinwoord sneetje sneetjes

Zelfstandig naamwoord

snee m

  1. inkeping gemaakt door het snijden met een mes of ander scherp voorwerp
    • Hij had een flinke snee in zijn gezicht. 
  2. een afgesneden plak, meestal van brood
    • Wil je twee sneetjes of drie? 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.


Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

snee m, genitief sne(u)wes

  1. sneeuw