Naar inhoud springen

sneetje

Uit WikiWoordenboek
3. Drie sneetjes brood.
  • snee·tje
  • afgeleid van  snee zn  met het achtervoegsel -tje
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (snee) (sneeën)
verkleinwoord sneetje sneetjes

hetsneetjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snee
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snede
  3. alleen verkleinwoord dunne afgesneden plak, gewoonlijk van brood
    • Wil je één sneetje of twee? 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be