sneetje
Uiterlijk

- snee·tje
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (snee) | (sneeën) |
| verkleinwoord | sneetje | sneetjes |
het sneetje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snee
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snede
- alleen verkleinwoord dunne afgesneden plak, gewoonlijk van brood
- Wil je één sneetje of twee?
- Het woord sneetje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sneetje" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -tje in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %