snavel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sna·vel
enkelvoud meervoud
naamwoord snavel snavels
verkleinwoord snaveltje snaveltjes

Zelfstandig naamwoord

snavel m

  1. (vogels) een bek van een vogel
    De snavel van de kluut buigt enigszins omhoog.
  2. (dysfemisme) de mond
    Hou je snavel!
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Werkwoord

snavel

  1. Australisch (schertsend) gekscherend stelen, inpikken
    «Then he missed his silk handkerchief. "Ghost!" he said, breathing heavily. "Mag's snavelled it!.."»
    Toen miste hij zijn zijden zakdoek. "Geest!" zij hij, zwaar ademend. "Mag heeft het afgepakt!.." [1]
Verwijzingen
  1. p. 42 Bush studies. Barbara Baynton, Published 2004, Kessinger Publishing.ISBN 1419111299