aangezicht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
aangezicht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·zicht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aangezicht aangezichten
verkleinwoord aangezichtje aangezichtjes

Zelfstandig naamwoord

aangezicht o

  1. het gezicht, het gelaat
Spreekwoorden
  • Uit iemands aangezicht gesneden zijn.
Sterk lijken op iemand.
  • Wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht''
wie zijn goede naam verliest komt in moeilijkheden
Typische woordcombinaties
  • van aangezicht tot aangezicht
vis-à-vis in een direct contact met iemand
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen