porum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·rum
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord porum porums
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

porum o

  1. (informeel) gezicht (dat wat men ziet)
    • En maak het niet te bloot, zegt Van Leer. 'Geen blote oksels. Dat is op kantoor geen porum. Je hoeft niet in de oksel van je collega te kijken. Dat mag in de Bijenkorf bijvoorbeeld ook niet, geen oksels en geen hielen.' Al is volgens Van Leer een sandaaltje best oké. En teenslippers? 'Die zijn voor op het strand. Ik liep laatst met een jongen uit Milaan door Rotterdam. Hij dacht dat iedereen naar het strand ging, zoals ze erbij liepen. Ik zei, nee dit is Nederland.' [1] 
  2. (informeel) gezicht van een persoon
    • 'Wat krijgen we nou? Mag het dan? Mag je zomaar iemand een pistool tegen z'n porum houden? En als dat pistool klikklik doet, mag je dan zomaar met dat pistool op iemand inbeuken?' [2] 
    • Zo kun je voorwerpen gebruiken om je tegenstander voor z’n porum mee te meppen, of voor beweging door het level. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia 22-07-13 'Korte broek en slippers not done op kantoor'
  2. Het Parool THEODOR HOLMAN 31 DECEMBER 2013 Mag je zomaar iemand een pistool tegen z'n porum houden
  3. De Telegraaf ROLF VENEMA 09 jun. 2015 Gamescom preview: Mortal Kombat X