skrelle

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • skrel·le
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skrelle
skreller
skrelte
skrall
skrelt
Klasse 2 zwak

Klasse 5 sterk

[A]

Werkwoord

[A] skrelle

  1. bonzen, knallen
    «Han skrelte igjen døra.»
    Hij bonsde op de deur.
Verwante begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skrelle
skreller
skrellet
skrella
skrellet
skrella
Klasse 1 zwak [B]
optioneel
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skrelle
skreller
skrelte
skrelt
Klasse 2 zwak [B]
optioneel

Werkwoord

[B] skrelle

  1. jassen, ontbolsteren, schillen
    «Skrell potetene og skjær dem i skiver eller terninger.»
    Schil de aardappels en snijd ze in plakjes of blokjes.
  2. afplaggen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • skrel·le
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skrelle
skrell
(bijvorm) skreller
skrall
skrolle
skrelli
Klasse 3 sterk [A]

Werkwoord

[A] skrelle

  1. knallen
    «Børseskota skrall i fjella.»
    Een geweerschot knalde in de bergen.

Werkwoord

skrelle opp

  1. een knak of barst oplopen.
    «Koppen skrell opp
    Het kopje liep een barst op.
Verwante begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skrelle
skreller
skrelte
skrelt
Klasse 2 zwak [B]

Werkwoord

[B] skrelle

  1. bonzen, stukslaan, in elkaar slaan.
    «Ho skrelte att døra.»
    Zij bonsde op de deur.
  2. knappen
Hyperoniemen
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skrelle
skrellar
skrella
skrella
Klasse 1 zwak [C]
optioneel
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
skrelle
skreller
skrelte
skrelt
Klasse 2 zwak [C]
optioneel

Werkwoord

[C] skrelle

  1. jassen, ontbolsteren, schillen
  2. afplaggen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Zelfstandig naamwoord

skrelle v

  1. rammel
    «Han skremte kråka med ei skrelle
    Hij verdreef de kraai met een rammel.
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   skrelle     skrella     skreller     skrellene  
genitief                        
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   skrella         skrellor     skrellone  
genitief