schillen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een aardappel schillen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schil·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schillen
schilde
geschild
zwak -d volledig

Werkwoord

schillen

  1. (overgankelijk) de schil van een vrucht verwijderen
    Vergeet je de aardappels niet te schillen?
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schillen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schil