schrik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schrik
verkleinwoord schrikje schrikjes

Zelfstandig naamwoord

schrik m

  1. het ervaren van een gevoel van angst als gevolg van een plotselinge verandering
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schrikken

schrik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schrikken
    • Ik schrik. 
  2. gebiedende wijs van schrikken
    • Schrik! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schrikken
    • Schrik je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl