schreeuw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schreeuw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schreeuw schreeuwen
verkleinwoord schreeuwtje schreeuwtjes

Zelfstandig naamwoord

schreeuw m

  1. een luide (uit)roep, vaak geassocieerd met angst, pijn, schrik of woede
    Hij gaf een schreeuw van pijn toen hij door de vallende steen geraakt werd.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Werkwoord

vervoeging van
schreeuwen

schreeuw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schreeuwen
    Ik schreeuw.
  2. gebiedende wijs van schreeuwen
    Schreeuw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schreeuwen
    Schreeuw je?


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl