geschreeuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·schreeuw
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van schreeuwen met het voorvoegsel ge-

enkelvoud meervoud
naamwoord geschreeuw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

geschreeuw o

  1. het telkens of aanhoudend schreeuwen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be