schreeuwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Schreeuwen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schreeu·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schreeuwen
schreeuwde
geschreeuwd
zwak -d volledig

Werkwoord

schreeuwen

  1. (inergatief) luid en geforceerd gebruik van het stemgeluid
    "Pas op!", schreeuwde hij.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schreeuwen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schreeuw
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl