gil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gil
enkelvoud meervoud
naamwoord gil gillen
verkleinwoord gilletje gilletjes

Zelfstandig naamwoord

gil m

  1. een harde schelle ongearticuleerde uitroep
    • Door haar schrik uitte zij een harde gil. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
gillen

gil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gillen
    • Ik gil. 
  2. gebiedende wijs van gillen
    • Gil! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gillen
    • Gil je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.