Naar inhoud springen

kreet

Uit WikiWoordenboek
  • kreet
  • In de betekenis van ‘schreeuw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kreet kreten
verkleinwoord kreetje kreetjes

de kreetm

  1. doordringende schreeuw
    • Hij hoorde plotseling een kreet van pijn. 
     Woorden schieten nu zelfs tekort. Een ijselijke kreet galmt over de weide op de top van La Planche des Belles Filles. ‘Aaaargh!’[2]
  2. een met nadruk geuite uitspraak met holle betekenis (-> kretologie)
    • Dat is een veelgehoorde kreet, maar wat betekent het nu eigenlijk? 
vervoeging van
krijten

kreet

  1. enkelvoud verleden tijd van krijten
    • Ik kreet. 
    • Jij kreet. 
    • Hij, zij, het kreet. 
100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]